AMSTERDAM - Na de dodelijke mix van heroïne en cocaïne van zanger Layne Staley in 2002, leken de dagen van de Amerikaanse rockband Alice In Chains geteld. Toch verscheen afgelopen september voor het eerst in bijna veertien jaar een nieuw album: Black Gives Way To Blue.
Terugblikkend op hun carrière en Staley’s dood – hij werd slechts 34 –, doet het gitarist Jerry Cantrell (43) en drummer Sean Kinney (43) goed dat muziekliefhebbers en -critici eindelijk beginnen in te zien dat Staley niet slechts een junk was. Cantrell: “Mensen realiseren zich nu wat hij heeft bijgedragen, ze erkennen zijn talent.”
Huisfeest
Alice In Chains werd opgericht in 1987. Cantrell kan zich nog goed herinneren dat hij Staley voor het eerst zag optreden met een van diens andere bands. “Destijds speelde ik met Mike Starr [AIC-bassist van 1987 tot 1993 – red.] in een verschikkelijk slechte band genaamd Gipsy Rose”, aldus de blonde gitarist. “Ik ontmoette Layne op een huisfeestje en hij nodigde me uit in de Music Bank, een 24-uurs repetitiehal met 50 kamers waar altijd iets gaande was.”
Kinney vult aan: “Jerry wilde een band formeren, Layne kende mij en had het telefoonnummer van mijn toenmalige vriendin Melinda, de zus van Mike Starr. Melinda en ik gingen naar de Music Bank, Layne zei dat we een bassist nodig hadden. Hij had weleens gejamd met Mike Starr en dat vond hij een toffe gast. Ik zei: ‘Dat is vreemd: dit is Mike’s zus en ik heb met hem in bands gezeten sinds ik elf was’. Dus ik belde Mike, we boekten een kamer, leenden wat apparatuur en begonnen te jammen.”
Audities
Toch weigerde Staley zich aanvankelijk niet aan de nieuwe band committeren. Cantrell en Kinney wilden dat wel en besloten in Staley’s repetitieruimte audities te organiseren voor een nieuwe zanger. Ze selecteerden de slechtste zangers die ze konden vinden, tot frustratie van Staley. “De druppel was denk ik de roodharige mannelijke stripper”, lacht Cantrell. Staley kwam alsnog aan boord.
Zoals de band door toeval tot stand kwam, hielp het lot ook een handje bij het verkrijgen van de eerste gig. Een promotor hoorde het viertal spelen in de Music Bank en bood ze direct een optreden aan. Kinney: “We waren nog niet echt een band, maar zeiden toch ja. Hij vroeg of we een half uur tot veertig minuten konden spelen. ‘Natuurlijk’, zeiden we. Terwijl we niet eens eigen nummers hadden.”
Fuck
Afgezien van het feit dat er geen materiaal was, had de band ook nog geen knopen doorgehakt over de bandnaam. Kinney kwam met de naam Fuck – er werden zelfs ‘Fuck, the band’-stickers gemaakt voor op condoomverpakkingen – maar hier zagen de heren al gauw vanaf. Kinney: “Met zo’n naam hangt niemand je flyers op!”
Nadat de band zich Alice In Chains doopte – genoemd naar Staley’s vorige band Alice N’ Chainz – begon de zoektocht naar het juiste geluid. Cantrell: “We hadden wat goede refreinen en riffs, maar de teksten waren verschrikkelijk. Volgens mij vind je je geluid pas op het moment dat je alle vier geniet van hetgeen je speelt, wat dat dan ook mag zijn.” Kinney benadrukt dat muziek in de begindagen van Alice in Chains niet het belangrijkste was. “Het ging om overleven en feesten.”
Drugs
In totaal maakte Alice In Chains met Layne Staley in de gelederen drie albums: Facelift (1990), Dirt (1992) en Alice In Chains (1995). In 1996 begon een periode van stilte en namen drugs het roer over bij Staley. De band kwam in 1998 nog één keer samen voor de opname van twee nieuwe nummers: Get Born Again en Died. Daar bleef het bij: Staley kon zijn verslaving niet overwinnen.
Op 5 april 2002 kwam er in een appartementencomplex in Seattle na een tienjarig gevecht met drugs een tragisch einde aan het leven van Layne Staley. Cantrell: “Het verhaal eindigde fucking slecht. We verloren een vriend.” De muziek van Alice In Chains ging allerminst verloren. “Voor Layne stierf, hadden we lange tijd niet gespeeld, maar de muziek ging op een of andere manier een eigen leven leiden. Mensen hielden onze muziek in leven.”
Nieuw album
Kinney: “We hadden het het voor Layne’s overlijden over een nieuw album gehad. Die mogelijkheid hielden we open tot de dag van zijn overlijden.” Cantrell was nog dikwijls in Staley’s appartement te vinden. “Hij speelde dingen voor mij en ik voor hem. Hij schreef constant nieuw materiaal.” Cantrell betwijfelt of er nog iets van de muziek die ze vóór Staley’s dood maakten, over is. “En als het er al is,” zegt Kinney, “dan is het niet iets dat hij en wij hadden willen uitbrengen.”
Waar Cantrell en Kinney zich nog altijd druk over maken, is de hoeveelheid aandacht die de media na Staley’s dood vestigde op diens druggebruik. Cantrell: “Dat is het enige waar men over schreef. Gelukkig begint dat nu te vervagen; Layne heeft ondanks zijn dood aan kracht gewonnen en krijgt nu veel meer erkenning. Door over hem te praten, willen we ons licht schijnen op de man die hij was en niet op de manier waarop hij stierf.”
Interview: Martin Kuiper
Tekst: Tom Springveld
You have to register or login to comment